Adjara

Adjara is het meest zuidwestelijke stukje Georgië, ingeklemd tussen de Zwarte Zee, Turkije en de bergen van de Kleine Kaukasus. Het is de enige regio van het land met een subtropisch klimaat: palmen langs de boulevard, theeplantages op de hellingen, regen die het woud groen houdt. En dan, vijftig kilometer landinwaarts, sneeuw.

Die combinatie maakt Adjara tot een van de meest diverse regio's van Georgië. Strand in de ochtend, bergdorp in de middag, klooster voor de avond.

Batumi

Batumi is de hoofdstad van Adjara en de tweede toeristische stad van Georgië, na Tbilisi. Het is een havenstad met een lange boulevard langs de zee, een botanische tuin met meer dan duizend plantensoorten, een mix van art-deco en moderne architectuur, en een levendig centrum dat 's avonds niet stopt.

Wat Batumi bijzonder maakt, is de mix van invloeden. De stad was eeuwenlang een Ottomaans handelscentrum, daarna een Russisch kuursoord, dan een Sovjet-havenstad, en nu een moderne vakantiebestemming. Dat zie je aan de architectuur, aan de mensen, aan het eten. Naast de Georgisch-orthodoxe kerken staat een moskee. Naast een synagoge een casino. Naast khachapuri een theesalon met baklava.

Het strand van Batumi is van kiezel, niet van zand. Het water van de Zwarte Zee is warm genoeg om van juni tot en met september te zwemmen. Overdag is er de zee. 's Avonds is er de boulevard.

De kust buiten Batumi

Wie rust zoekt, rijdt een paar kilometer de kust op of af. Sarpi, pal aan de Turkse grens, is een klein dorp met een smal strand en helder water. Kvariati en Gonio liggen iets verderop en zijn populair bij duikers en surfers. Gonio heeft ook een van de best bewaarde Romeinse forten van de Kaukasus, de Gonio-Apsaros vesting uit de eerste eeuw.

Ten noorden van Batumi worden de stranden rustiger. Kobuleti heeft naast het strand ook een dennenbos dat direct achter het zand begint. Chakvi en Tsikhisdziri zijn kleine badplaatsen omringd door subtropische begroeiing.

De bergen van Boven-Adjara

Wie Adjara alleen als strandbestemming ziet, mist de helft. Vijftig kilometer van de kust begint het berggebied: Boven-Adjara, met dalen, watervallen, stenen bruggen en dorpen die nauwelijks veranderd zijn in de afgelopen eeuwen.

Khulo is het centrum van het berggebied, een rustig stadje waar je lokale producten vindt die je aan zee niet tegenkomt. De weg erheen slingert door een ravijn langs de Acharistskali-rivier, met uitzichten die reden genoeg zijn om langzaam te rijden.

Het Mtirala Nationaal Park, vlak bij Kobuleti, is een van de natste plekken van de Kaukasus, met meer dan 4.500 millimeter neerslag per jaar. Het resultaat is een bijna tropisch woud vol mossen, varens en watervallen. Wandelpaden lopen door een landschap dat voelt als een andere wereld.

In de winter is er skigebied Goderdzi, een alternatief voor de drukkere Gudauri in het noorden, minder bekend en rustiger.

Eten in Adjara

Adjara heeft zijn eigen keuken, apart van de rest van Georgië. De meest bekende is de Adjarische khachapuri: een bootvormig brood gevuld met kaas, met een eidooier en boter bovenop. Je breekt het brood af en roert alles door de vulling. Het is rijker en smeuïger dan elke andere versie van khachapuri.

Borano is gesmolten boter met kaas, eenvoudig en zwaar. Sinori zijn dunne deegvellen gerold met wrongel. Kaymak is een dikke room die bij van alles wordt geserveerd. Het zijn gerechten die ooit bedoeld waren om lange, koude bergwinters door te komen. Nu eet je ze het hele jaar.

En dan is er de wijn. Tsolikouri is de bekendste witte wijn van Adjara, gemaakt van een lokaal druivenras. Chkhaveri is een lichte rode wijn, droog en fruitig. Beide worden ook in de rest van Georgië geproduceerd, maar de originelen komen van hier.