DE HEERLIJKE Georgische keuken

Reizigers die terugkomen uit Georgië praten over de bergen, de kloosters, de gastvrijheid. Maar vraag door, en bijna iedereen heeft hetzelfde antwoord: het eten was het beste van alles.

Dat is geen toeval. De Georgische keuken heeft een traditie van duizenden jaren en een smaak die je nergens anders terugvindt.

Khachapuri: het icoon

Georgië heeft één gerecht dat iedereen kent zodra ze het proeven: khachapuri. Het is brood gevuld met kaas, maar die omschrijving doet het tekort. Elke regio heeft zijn eigen versie, en ze zijn allemaal anders.

De meest bekende is de Adjarische khachapuri: een brood in de vorm van een bootje, gevuld met gesmolten kaas, een klontje boter en een rauw ei dat erboven op wordt gelegd. Je mengt het zelf aan tafel. In Imereti is de khachapuri ronder en dunner, met een milde kaas die licht piept als je erop kauwt. En in Meskhetie wordt hij met laagjes gemaakt, als een hartig bladerdeegsnoepje.

De traditie van het maken van khachapuri staat op de UNESCO-lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van Georgië. Het is niet zomaar een gerecht. Het is een symbool.

Khinkali: dumplings uit de bergen

Naast khachapuri is khinkali misschien wel het meest geliefd. Dat zijn grote dumplings van dun deeg, gevuld met gekruid gehakt, bouillon en kruiden. Ze worden gekookt en heet geserveerd. Het geheim zit in de techniek: je pakt de khinkali vast aan het deegknopje bovenaan, neemt een voorzichtige hap en drinkt eerst de bouillon op die erin zit. Het knopje eet je niet: dat blijft liggen, en aan het einde van de maaltijd tellen de Georgiërs ze om te zien hoeveel je er hebt gegeten.

Khinkali komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Georgië, zoals Khevsureti, Khevi, Pshavi en Tusheti. Daar worden ze nog steeds op de traditionele manier gemaakt, met bergkruiden die je elders niet vindt.

Walnoten, koriander en ajika

Als er één ingrediënt is dat door de hele Georgische keuken loopt, zijn het walnoten. Ze zitten in sauzen, in gevulde groenten, in vlees, in salades en in zoetigheden. Pkhali, een van de meest herkenbare Georgische voorgerechten, zijn kleine balletjes van gehakte groenten gemengd met walnoten, knoflook en kruiden. Ze worden gemaakt van bieten, spinazie, bonen of brandnetels, en altijd met walnoten.

Koriander is het kruid dat Georgisch eten zo herkenbaar maakt. Het wordt bijna overal in verwerkt. En ajika, de hete saus van gefermenteerde peper met knoflook en kruiden, geeft veel gerechten hun pittige diepgang. Elke regio heeft zijn eigen versie: de Abchazische ajika is roder en heter, de Megrelische is meer aromatisch.

Aubergine met walnotenpasta is een gerecht dat vrijwel elke Georgiër je zal voorschotelen als je op bezoek komt. Het is simpel, maar de combinatie van rook, noot en knoflook is verslavend.

Elke regio heeft zijn eigen bord

Georgië is klein, maar de keukentraditie verschilt sterk per streek. In Megrelië eet je elarji, een maïspap met kaas die smelt als je erin roert. In Svaneti vind je kubdari, een hartig brood gevuld met gekruid vlees. In Kakheti is de mtsvadi, vlees gegrild op een wijnstokspies, legendarisch. In Adjara wordt borano gegeten: kaas gesmolten in boter, soms met ei.

Trek je door het land, dan verandert er bij elke vallei iets op je bord.

Eten als ritueel

In Georgië is een maaltijd nooit alleen een maaltijd. De supra, het traditionele feestmaal, brengt mensen samen rond een tafel die overloopt van gerechten. De tamada, de ceremoniemeester, leidt de toasten. Er wordt gezongen, gedronken, verteld. Een supra duurt uren, en je gaat er nooit met een lege maag vandaan.

Maar ook een eenvoudig middagmaal bij een familie thuis heeft iets ceremonieel. Er wordt zorg besteed aan elk gerecht. De gastvrijheid is geen toeval maar een diepgeworteld onderdeel van de Georgische identiteit.

Georgische keuken is de reden dat veel reizigers na terugkomst beginnen te zoeken naar khachapuri-recepten. En de reden dat ze beseffen: dit thuis namaken lukt nooit helemaal.