De natuur van Georgië
Er is een legende die vertelt waarom Georgië zo mooi is. Toen God de landen verdeelde, kwamen de Georgiërs als laatste. Ze hadden feestgevierd, genoten en God geprezen, en waren de verdeling vergeten. God glimlachte en gaf hun het land dat hij voor zichzelf had bewaard.
Wie Georgië kent, begrijpt de legende.
Bergen in het noorden, zee in het westen
Georgië is klein, maar de verscheidenheid aan landschappen is buitengewoon. In het noorden rijst de Grote Kaukasus op, met toppen van meer dan vijfduizend meter en gletsjers die het hele jaar in de sneeuw staan. In het westen ligt de Zwarte Zee, met een subtropisch klimaat en theeplantages op de heuvels achter het strand. In het oosten strekken de droge valleien van Kakheti zich uit, met wijngaarden tot aan de horizon. In het zuiden begint het Kleine Kaukasusgebergte.
Dat is geen beschrijving van een continent. Het is één land, kleiner dan Duitsland.
Rivieren, meren en watervallen
Georgië heeft 26.000 rivieren. Ze beginnen hoog in de bergen als smeltwater, graven hun weg door nauwe kloven en stromen de valleien in. Sommige zijn breed en rustig, geschikt voor beginners op een vlot. Andere zijn smal en snel, voor wie wil raften door gorges waar het licht nauwelijks binnenkomt.
Naast de rivieren zijn er 860 meren. Van het turquoise Shaori-meer in Racha tot de alpiene meertjes in Svaneti en Tusheti, op hoogtes waar de lucht dunner wordt en het lawaai van de wereld verdwijnt.
En dan zijn er de watervallen: 55 bekende, verspreid over het hele land. Sommige bereik je met een korte wandeling, andere na een dag trekken door bergwoud.
Grotten onder de grond
Weinig mensen weten dat Georgië een van de rijkste grotlanden ter wereld is. Er zijn 28 bekende grotten, waaronder twee die tot de meest bijzondere ter wereld horen.
De Prometheus-grot, bij Tskaltubo, is een ondergronds paleis van stalactieten en stalagmieten, met zalen zo groot dat je er een kerkdienst in zou kunnen houden. Je vaart er op een bootje door ondergrondse rivieren.
De Sataplia-grot heeft iets wat nergens anders bestaat: 120 miljoen jaar oude voetafdrukken van dinosauriërs, rechtstreeks in de rots. Kruisvormige sporen van planteneters en roofdieren, naast elkaar, als een bevroren moment uit het verleden.
Bossen, moerassen en bloemenweides
Een derde van Georgië is bedekt met bos. In het westen zijn dat dichte, vochtige wouden met mos en varens. In het oosten worden de bossen droger en opener. In de bergen groeien subalpiene bloemenweides die in de zomer kleuren als een schilderij.
Bij Kobuleti, aan de Zwarte Zee, liggen de Ispani-moerassen. Ze bestaan al minstens 2.500 jaar en zijn de meest ongerepte filterende moerassen ter wereld, een uniek ecosysteem dat wetenschappers nog steeds bestuderen.
Dieren die je nergens anders ziet
De fauna van Georgië weerspiegelt de diversiteit van het landschap. In de bossen leven Kaukasische edelherten, reeën, wilde zwijnen en bruine beren. In de bergen zijn wolven, lynxen en wilde katten. Sommige soorten die in Georgië gewoon zijn, staan elders op de rode lijst van bedreigde dieren.
In Adjara trekt elk jaar een ongelooflijk schouwspel voorbij: meer dan een miljoen trekvogels passeren de kust tussen augustus en oktober. De Batumi Migration Funnel is een van de vier belangrijkste trekvogelroutes van Europa. Vogelaars uit de hele wereld komen hier naartoe met verrekijkers.
Meer dan 4.000 plantensoorten
Georgië is een van de rijkste landen ter wereld als het gaat om plantensoorten. Meer dan 4.100 soorten groeien hier, waarvan zo'n 900 endemisch zijn: ze komen nergens anders voor. De Kaukasus als geheel heeft zelfs 6.350 soorten.
In Ajara staat het Goderdzi Versteend Woud, een natuurmonument van miljoenen jaren oud. Boomstammen die langzaam zijn omgezet in steen, overeind staand in het landschap alsof de tijd er iets vergeten heeft.
Een klimaat voor iedereen
Misschien wel het meest verrassende: Georgië heeft vrijwel alle klimaattypen die op aarde bestaan. Van het subtropische kustklimaat van Adjara, waar palmen groeien en het zelden vriest, tot het continentale steppeklimaat van Oost-Georgië en de permanente sneeuw en ijs van de hoogste bergtoppen.
Dat betekent ook: in één dag 's ochtends skiën in de bergen en 's avonds aanschuiven bij een restaurant aan zee.