De geschiedenis van Georgië
Dit land in de Kaukasus, op het kruispunt van Europa en Azië, was door de eeuwen heen een doelwit voor machtige rijken. Georgië heeft vele veroveraars weerstaan en vele nederlagen gekend, maar wist zich altijd weer op te richten. En ondertussen gaf het de wereld een uniek schrift, meerstemmige zang, indrukwekkende dans, wijnbouw, weefkunst, ijzerbewerking, goudwinning en tal van andere bijdragen aan de menselijke beschaving.
Een van de oudste beschavingen ter wereld
Georgië is een van de oudst bewoonde plaatsen van Europa. In 1991 werden bij de stad Dmanisi, in het zuiden van het land, schedelfragmenten gevonden van hominiden die 1,8 miljoen jaar oud zijn. Het zijn de oudste mensenresten ooit gevonden in Europa. Dit gebied was de doorgang van Afrika naar Europa, en Georgië stond er middenin.
Koninkrijken en eenwording
De eerste politieke eenheden ontstonden al in de tweede eeuw voor Christus. In het oosten van het huidige Georgië lag het koninkrijk Iberia, in het westen het koninkrijk Colchis. Dat is het Colchis uit de Griekse mythologie: het land van het Gulden Vlies, waar Jason en de Argonauten naartoe voeren.
In de elfde eeuw slaagde koning Bagrat III erin alle Georgische koninkrijken te verenigen. Zijn opvolger, koning David de Bouwer, breidde het rijk verder uit in de twaalfde eeuw. Zijn kleindochter, koningin Tamar, regeerde over wat historici de Gouden Eeuw van Georgië noemen: een periode van militaire kracht, culturele bloei en architecturale grootsheid. De beroemde kloosters van Gelati en Ikalto dateren uit die tijd.
Eeuwen van invasies
Na de Gouden Eeuw volgde een lange reeks veroveringen. Mongolen, Perzen, Ottomanen en Russen vochten allemaal om het land. In 1555 sloten Perzië en het Ottomaanse Rijk de Vrede van Amasya, waarbij ze Georgië gewoon onder elkaar verdeelden: het oosten voor Perzië, het westen voor de Ottomanen.
In 1783 sloot koning Erekle II het Verdrag van Georgievsk met Rusland, in de hoop bescherming te krijgen. Rusland beloofde het Georgische koningshuis te beschermen. Die belofte werd niet nagekomen. In 1801 annexeerde Rusland het koninkrijk Kartli-Kakheti gewoon, en de rest van Georgië volgde al snel.
Onafhankelijkheid, verloren en teruggewonnen
In 1918, na de val van het Russische keizerrijk, riep Georgië zijn onafhankelijkheid uit. Die duurde drie jaar. In 1921 viel het Rode Leger het land binnen en werd Georgië een Sovjetrepubliek. Zo bleef het zeventig jaar.
In 1991, bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, herwon Georgië zijn onafhankelijkheid. Het land dat al zo vaak was veroverd en bezet, stond opnieuw op eigen benen.
Wat al die eeuwen overleefde
Wat opvalt in de Georgische geschiedenis is niet alleen wat het land verloor, maar wat het behield. Door alle veroveringen heen bleef de Georgische taal bestaan, met een uniek alfabet dat al meer dan vijftien eeuwen in gebruik is. De meerstemmige polyfone zang bleef levend in de dorpen. De wijntraditie van meer dan 8.000 jaar werd nooit onderbroken. En de kloosters, boven op rotsbergen of diep in de bossen, bleven staan.
In Tbilisi staan een orthodoxe kathedraal, een moskee en een synagoge op dezelfde wijk. Dat zegt veel over een land dat, ondanks alles, nooit zijn openheid verloor.