Mtskheta en Kazbegi
Er is één foto die bijna elke reiziger van Georgië kent. Een kerk op een rots, hoog boven een dal, met een besneeuwde berg van meer dan vijfduizend meter op de achtergrond. Die foto is genomen in Kazbegi. En achter die foto gaat veel meer schuil dan één kerkje.
De regio Mtskheta-Mtianeti loopt van het hart van het land omhoog naar de Grote Kaukasus. Twee werelden in één regio: benedenaan de oudste stad van Georgië, bovenaan een berglandschap dat je van adem berooft.
Mtskheta: waar Georgië christen werd
Mtskheta is de oudste hoofdstad van het land en een van de oudste steden van de Kaukasus. Vandaag is het een kleine stad, maar de gewichten van zijn geschiedenis zijn zichtbaar op elke straathoek.
In de vierde eeuw, aan het begin van het jaar 327, werd het christendom hier staatsgodsdienst. Niet in Rome, niet in Constantinopel, maar hier, in dit dal aan de samenvloeiing van de Mtkvari en de Aragvi. Georgië was daarmee een van de eerste landen ter wereld die het christendom omarmde.
De kerk die op die plek staat, Svetitskhoveli, is een van de indrukwekkendste gebouwen van het land. Gebouwd in de elfde eeuw op de fundering van een vroegchristelijke basiliek, staat ze tot op vandaag pal in het centrum van de stad. Samen met het Jvari-klooster op de heuvel boven de stad en het Samtavro-klooster is ze opgenomen op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Het Jvari-klooster is de moeite waard alleen al voor de ligging. Het staat op de punt van een rots die precies uitkijkt over de samenvloeiing van de twee rivieren. Wie er staat bij zonsondergang, begrijpt waarom dit ooit een heilige plek was.
De weg omhoog: Ananuri en het Jvari-pas
Van Mtskheta naar Kazbegi rijd je de bergen in over de Georgische Militaire Weg, een van de mooiste bergwegen van de Kaukasus. De route klimt langs het kunstmatige Zhinvalimeer, passeert het middeleeuwse fortcomplex van Ananuri en slingert daarna omhoog naar het Jvari-pas op 2.379 meter.
Ananuri is de moeite waard voor een korte stop. Het fort dateert uit de zestiende tot achttiende eeuw en staat direct aan het stuwmeer. Torens, kerken en verdedigingsmuren weerspiegelen in het water, omringd door bergen. Het is het soort decor dat je op een foto ziet en daarna wil bezoeken.
Over het Jvari-pas zakt de weg weer af naar het Terek-dal. Aan de rand van dat dal begint Kazbegi.
Stepantsminda en de Gergeti-kerk
Kazbegi is de naam van de regio, maar ook van de berg die haar domineert: de Mkinvartsveri, 5.054 meter hoog en voor het grootste deel van het jaar bedekt met sneeuw. Het dorpje aan de voet van die berg heet officieel Stepantsminda, al zegt iedereen nog steeds Kazbegi.
Op een rots boven Stepantsminda staat de Gergeti-drievuldigheidskerk, gebouwd in de veertiende eeuw. Van beneden lijkt het onmogelijk dat er iemand boven woont. Van boven begrijp je waarom monniken deze plek kozen: geen enkele aanval was hier eenvoudig, en het uitzicht over het dal lijkt eindeloos.
In de zomer bereik je de kerk te voet in twee uur. Het pad loopt steil door weiland en bloemenweides. De moeite is de aankomst waard.
Rondom Stepantsminda liggen meer bestemmingen. Het Truso-dal, ten westen van de stad, is een droge, open vallei met spookachtige mineraalwaterpoeltjes en de restanten van verdedigingstorens. Het Dariali-ravijn in het noorden is de historische grenspoort naar Rusland, een nauwe kloof met steile rotswanden en een rivier die er met kracht doorheen raast.
Het bergdorpje Juta, op meer dan tweeduizend meter hoogte, is een van de hoogstgelegen bewoonde plekken van Georgië. In de zomer vertrekken er trekkers naar de alpiene meren en gletsjerroutes in de bergen boven het dorp.
Pshav-Khevsureti: het andere gezicht van het gebergte
Wie de Kaukasus buiten de drukste routes wil zien, slaat af naar Pshav-Khevsureti, het berggebied ten oosten van de Militaire Weg. Hier liggen dorpen als Shatili en Mutso, middeleeuwse vestingdorpen van steen die aan de bergen lijken vastgekleefd.
Shatili is bereikbaar over een onverharde bergweg die door een spectaculair ravijn loopt. Het dorp bestaat uit torens en aaneengesloten huizen die samen één grote vesting vormen, gebouwd om aanvallen van noordelijke volken te weerstaan. Weinig reizigers komen hier. Die afgelegen ligging is precies wat het dorp zo bijzonder maakt.
Gudauri in de winter
In de winter verandert de regio. Gudauri, op het plateau vlak voor het Jvari-pas, is het meest bekende skigebied van Georgië. De pistes liggen op hoogtes tussen 1.990 en 3.276 meter. Er valt veel sneeuw, de liften zijn modern en de drukte is een fractie van wat je in de Alpen vindt.
Maar ook in de winter is Gergeti een bestemming. De kerk in de sneeuw, de Kaukasus op de achtergrond: dat is het beeld dat je bijblijft.